Methode voor creatief schrijven

Elk boekje bestaat uit vier delen: een verhaal in de vorm van een zelfleesboekje, een stukje non-fictie over het een bepaald thema, een paar spelletjes en een schrijfopdracht.

Hieronder worden de vier onderdelen uitgelegd.


Leesboekje

De tekst in de leesboekjes is zo groot dat de les klassikaal vanaf het digibord gelezen kan worden.


Spelletjes

In elk leesboekje staan een paar spelletjes die gericht zijn op taal of rekenen en begrip van het verhaal.


Informatief

In elk boekje zitten drie themapagina's. Op deze pagina's wordt kort informatie gegeven over het thema dat bij het leesboekje hoort. Deze informatie is met name gericht op de beleving van kinderen met dit thema.
Deze pagina's kunnen aanleiding zijn om met de groep door te praten over het verhaal en over hun eigen ervaringen met het onderwerp. Zo wordt het verhaal dichter bij de eigen beleving gebracht.


Schrijfopdrachten

Elk boekje heeft een thema en een schrijfopdracht. De schrijfopdrachten zijn zo gegeven dat ze de fantasie van het kind stimuleren en uitdagen. Er worden zo min mogelijk voorbeelden gegeven. Ervaring wijst namelijk uit dat als je een voorbeeld geeft van bijvoorbeeld een heks, de helft van de verhalen over een heks gaan. De bedoeling is dat kinderen hun eigen onderwerp kiezen en echt iets nieuws durven te bedenken.
Bij de les zit een uitgebreide handleiding.

Thema:
ziekenhuis en botbreuk

Schrijfopdracht:
Ongeluk

Thema:
wintersport

Schrijfopdracht:
Verrassing

Thema:
televisie en kunstschaatsen
Download een proef-pdf.

Schrijfopdracht:
Humor

Thema:
zeilen en kamperen

Schrijfopdracht:
Verschillend zijn,
ruzie

Thema:
internet

Schrijfopdracht:
Probleem